Kolibrie
stokroos
Title of Image

Hoogbegaafd als kind

Ik ontmoette een meester van de lagere school, het is minstens 40 jaar geleden dat hij mij in de klas heeft gehad. Hij oppert dat ik een lang meisje was, langer dan de andere meisjes in de klas. Mijn moeder is erbij, ze denkt dat dat wel kan kloppen. Ik zeg dat ik me dat niet bewust ben geweest, dat ik me meer op een andere manier anders voelde. De meester reageert geïnteresseerd, hoezo dan?

Ik meld kort dat ik nu hoogbegaafde kinderen begeleid en heb geconcludeerd dat dat bij mij ook aan de hand was. Dat mijn ervaring in de klas was: ‘Zij kunnen iets dat ik niet snap’, hiermee woorden gevend aan mijn gevoel er niet bij te horen, dat de rest van de klas iets beleeft waar ik geen deel aan heb. Ik geef aan dat op de middelbare school alles is goedgekomen. En dat ik overigens geen rotjeugd heb gehad, maar wel een deel dat niet goed liep, dat ik onzeker was en niet goed wist…

De meester geeft aan dat ik me dus ongemakkelijk voelde. Ja. Nou, dat straalde ik toen ook wel uit, dat was ook te zien.

Oh. Oké. Niet zo verbazingwekkend, op zich. We babbelen nog even over een paar kinderen met wie ik bevriend was. Ik heb wel een paar vriendschappen gehad, gelukkig. (Wat mij overigens verbaasde. Ik ging er nooit vanuit dat anderen mij leuk vonden tot het tegendeel werd bewezen).

Je jeugd en je ervaringen vormen je. Het onzekere is er inmiddels wel een beetje af, maar ik heb het gevoel dat het af en toe nog de kop opsteekt. Is dat dan succesangst? Of faalangst? Of grijpt het terug op het onbegrepen voelen, op het anders zijn en geen mogelijkheid zien om bij de groep te horen. En nog steeds (net als iedereen) een verlangen om wel bij een groep te horen en goedkeuring te krijgen?

Als ik eerlijk ben, is dat de reden dat ik een plusklas begonnen ben. Om eerder in het leven hoogbegaafde kinderen een omgeving te geven waar ze zich niet ongemakkelijk hoeven te voelen. Waar ze gewoon zichzelf kunnen zijn en daardóór bij een groep kunnen horen. Onbekommerd zichzelf kunnen zijn.

En ja, daar hoort cognitieve input bij. Maar ook lol hebben en dat andere dingen belangrijk kunnen zijn dan je standaard in je eigen klas ervaart.

Iedereen is anders, dat sowieso. Als je veel anders bent, is het fijn te ontdekken dat er meer van die ‘anderen’ zijn. Een setting met ‘meer anders is meer beter’, zoals de jeugd het af en toe verwoordt.

Yes! Anders en toch gewoon.

Hoe zit dat bij jou? Heb je in het verleden ontwikkelingsgelijken gemist? Heeft je anders-zijn nog steeds invloed? Of heb je je draai kunnen vinden? Schrijf hieronder jouw reactie.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *